|
Een terugblik op de middenstand
Over hoe het vroeger ging is weinig bekend. Wel zijn er uit overlevering
verhalen over hoe hun zaak begonnen is. Het gebeurde nogal eens dat
een vrouw haar man verloor en zij alleen, zonder inkomen, met de kinderen
verder moest. Dan werd haar soms de gelegenheid geboden om een winkeltje
te beginnen.
Zo verging het ook Beppe Geertje Loopstra . Omstreeks 1918 kwam zij
met haar vier kinderen alleen te staan. Een boer schonk haar toen f
100,00. Daarvan kon ze de eerste levensmiddelen aankopen om haar winkeltje
te beginnen en zo in het onderhoud van haar gezin te voorzien. Wanneer
er verdiensten waren kon ze terugbetalen. Later konden drie zonen elk
een eigen winkeltje beginnen. Jan in manufacturen, Lolke met levensmiddelen
in Duurswoude en Haaije eveneens met levensmiddelen in Wijnjeterp
Voor en ook nog na de tweede wereldoorlog was ons dorp vol met winkeltjes.
De handel was geen vetpot. Het ging vaak gepaard met ruilhandel. Wanneer
levensmiddelen werden verkocht, werden eieren of een ander product ingekocht.
Zo kreeg de venter van de bakker de opdracht: als je bij A. brood verkoopt
moet je een half pond koffie inkopen en als je bij B. iets verkoopt
neem je thee mee. Zo niet, dan gingen deze transacties niet door.
De middenstanders uit 1938 organiseerden de eerste ANETO. De naam ANETO
staat voor Algemeen Neringdoenden Tentoonstelling. Men noemde het een
producten- en activiteiten show . Het was de bedoeling om zulks met
enige regelmaat te organiseren , maar de tweede wereldoorlog verstoorde
die opzet.
Toch waren er in die tijd ontzettend veel kruideniers (10), bakkers
(7), slagers, kappers, manufacturenzaken met woninginrichting en galanterie
winkels . Alle ambachten waren in het dorp van toen aanwezig: timmerlieden,
schilders, smeden, fietsenmakers, een schoenmaker , een brandstofhandel
en een sigarenmagazijn. De neringdoenden voorzagen hun inwoners van
alles wat ze nodig hadden. De mensen hoefden de 3 dorpen nauwelijks
uit (Hemrik,Wijnjeterp, Duurswoude ).
In 1960 steken de ondernemers de koppen bij elkaar om weer een tentoonstelling
te houden. Men wilde de gemeenschap aantonen dat voor het doen van inkopen
en het laten verrichten van diensten zoals smids-, schilder- en timmerwerk
en de aanschaf van nieuwe electrische apparaten, auto's en werktuigen,
de plaatselijke ondernemers alles in huis hadden.
De Anetokrant omschreef de situatie zo: "De neringdoenden zijn zich
er volkomen van bewust, dat er in de komende tien jaren zeer grote veranderingen
in en bij de drie dorpen zullen voltrekken. De invloed van de uitvoering
van de ruilverkaveling laat zeker niet het ambacht en de neringdoende
ongemoeid. Laat ons samen tonen in staat te zijn onze dorpsgemeenschappen
leefbaar te houden. De zuigkracht der grote centra's is beangstigend.
Er zijn al zoveel dorpen in Friesland waar het stil en doods is. Laten
wij er samen voor zorgen dat dit later niet van onze dorpen moet worden
gezegd".
Achteraf bekeken was de uitgesproken zorg terecht . Alleen al aan de
Merkebuorren zijn er voor 1978 vijftien bedrijfjes/winkeltjes verdwenen.
Maar ook in de jaren daarna zijn nog veel winkels gesloten.
Met dank aan S. Loopstra en U. Bekkema
A.P.
|